zondag 21 oktober 2018

Notarieel Archief Hoorn ~ rgt. Drimborn ~ transcripties


ONA 375 / 6-7-1730. Oosterblokker, notaris Jacob Schagen ~ desertieplan

[p.1] Op huijden den sesden Julij Ao. 1730 compareerde voor mij Jacob Schagen openbaar notaris bij den Hove van Hollandt geadmitteert tot Oosterblokker residerende secretaris der stede Westwoude cum annexis Pieter Buijs, & Nantje Dirks desselfs huijsvrouw, als mede Hiltjen Pieters [dochter van PB en ND], huijsvrouw van Willem Domine alle wonende tot Oosterblokker, dewelke ter instantie requititie & versoeke van d'heer Andries Matij ritmeester in het regiment van d'heer Baron van Drijmborn jegenwoordig in guarnisoen leggende tot Hoorn voor de opregte waarheijt gedeposeert, getuijgt & verklaard hebben sulcx doende bijdesen hoe waar is

Dat eenige weeken geleden op een sondag 's middags, sonder egter in den precisen tijdt behaald te willen wesen, twee ruijters op het landt van den burgemr. Hendricus Blokker, bij het huijs der deposanten, tot Oosterblokker gelegen hebben geweest bij de paarden aldaar loopende, ende dat terwijlen de eene op het veld lag te slapen, den anderen ruijter bij haar deposanten in de wooninge van de deposante Hiltje Pieters geweest is om een pijp toebak te rooken; alswanneer gemelde ruijter aan haarluijden seijde, dat hij het ruijters leven al moede was, en dat hij staat maakte, om geen maansd langer ruijter te wesen; Dat eene van haar deposanten daar op vraagde, of hij daar soo af konde koomen, waar op hij ten andwoord gaf; Jae, ik ben al eens voor corporaal vande soldaten naar Oostindien geweest, en ben bekend [p.2] bij een burgemr. tot Amsterdam, die mij wel wederom naar Oost of Westindien sal helpen en dat wil ik liever als ruijter wesen, met sulke of diergelijke woorden in substantie.

Pieter Buijs verklaarde gesien te hebben, dat den ruijter, met wien hij dat discours gehadt heeft een donker bruijn paard, hebbende een bles en twee witte agter voeten, uijt het opgemelden landt gehaald heeft, om te laten beslaan, soo hij seijde alsoo 't eene voor ijser daar af was, dog dat hij deposant niet weet, of sulcx voor of na het eerst gedeposeerde geweest is.

Wijders verklaarde de voorn. Pieter Buijs dat naderhand, sonder in den tijdt behaald te willen zijn, twee ruijters tegens hem deposant seijden; dat er een paard uijt de weijde was, hem vraagde of hij er ook ijets van gesien hadde, waar op hij seijde neen; Ende dat onder andere discoursen, hij deposant als doen aan die ruijters vraagde (denkende op het geene de ruijter die bij haar in huijs geweest was, geseijt hadde) of het paard van den Oostindies vaarder weg was; daar sij Jae op andwoorden; Waar uijt voortgekomen is, dat hij deposant reflecteerende op de voorsz eerste discoursen, gesegt heeft, de man sal dan misschien, met het paard naar Amsterdam wesen, hij heeft alhier geseijt dat er een burgemr. tot Amsterdam was, die hem wel naar Oost ofte Westindien soude helpen. Dat hem deposant naderhand, door een of andere [p.3] ruijter (hem onbekend) ook geseijt is, dat het paard en man naar Amsterdam waren, twelk hij deposant wederom wel eens verpraat heeft, sonder egter ijets meerder daar van te weeten. Hebbende hij deposant noijt anders de gemelde Oostindies vaarder met het paard uijt de weijde sien gaan als doe hij het selve soude laten beslaan.

Gevende sij deposanten ijeder in den zijnen voor redenen van wetenschap hun gedeposeerde gehoort, gesien ofte alsoo bijgewoond te hebben & wijders als in den text.

Eijndigende hier meede hunne depositien, verklaarden sulcx alles opregt & waar te wesen presenteerende mitsdien hun gedeposeerde ijeder in den zijne des noots met solemneelen eede te bevestigen.

Aldus sonder bedrog gepasseert ten huijse van de deposanten & ten oirconde desen bij haar gesamentlijk getekent, op dato als boven.

[was getekend]
Pieter Buijs
dit merk is bij Nantje Dirks selfs gesteld
dit merk is bij Hiltje Pieters alhier gesteld
Quod attestor
J. Schagen, Not. Publ. 1730
[NB zie aantekening onder]

-------------------------------------

NAH 2434 [166] 26-7-1730 ~ nieuwe uniformen

[...] compareerden [...] Jan Hartman Wiek, mr. kleeremaker alhier, mitsgaders Dirk Willemsz Pol werkende ten huijse van de voorn'de Jan Hartman Wiek, dewelke verklaarden ten versoeke van Albert Heijne van London, militair ten dienste deser lande, hoe waar ende waaragtigh is;
Dat in den voorleedene jaare 1729, als wanneer voor de ruijtters alhier in guarnisoen leggende nieuwe kleederen souden werden gemaakt door de ed. heer ritmeester Matthi ordre is gegeven omme de camesools een vierde van een ellen corter te maaken dan de rocken, dat hij eerste deposant ten versoeke van deselve heer ritmeester Matthi de maat heeft gegeven aan den requirant ingevolge van welke maat deselve kleederen sijn gemaakt geworden.
[167]
Waar mede sij deposanten haare verklaringhe eijndigende gaff hij eerste deposant voor redenen van wetenschap als in den text, en den tweede deposant dat hij dies tijts gelijk alsnogh bij den eerste deposant was werkende, en alsoo het gedeposeerde te hebben gehoort, gesien ende bijgewoont, presenterende sij deposanten beijde desen ten allen tijde daar toe versoght wordende met eede gestand te doen.
[...] ten bijsijn en overstaan van Pieter Heijliger en Willem Lippitis [m.z. Lippits] als overstaande en versogte getuijgen.

---------------------------------------

NAH 2368 [298] 22-12-1730 ~ ondertrouwde weduwe

Kaspar Varekroegh ruijter onder de comp. van Mathij alhier in guarnisoen, Huijbert Jacobsz, Cornelis Smit, Wijbrant Vlas ende Martha Jans weduwe, burgers binnen dese stadt alle van competente ouderdom om de waerheijt getuijgenis te geven, de welke ten versoeken van [p.2] Jannitje Huijberts bruijt en ondertrouwde huijsvrouw van Adriaen Frins, in sijn leven ruijter onder de compagnie van den heere ritmr. Mathy, en alhier op den 9e deses maants overleden, hebben getuijght hoe waar, ende opreght is;

Dat namentlijck den overledene Adriaen Frins, jonghman sijnde een geruijmen tijt, terwijl hij alhier guarnisoen hielt, heeft omgangh gemaakt, en gehouden met de req'te in desen, haar vrijende, om een wettigh huwelijk met malkanderen aen te gaar, dat sijluijden ten diendeijnde veelmalen hebben versoght consent van gemelte heere ritmr., dewelke daartoe niet was genegen;
Dat de req'te eijndelijck bevindende, dat sij uijt voorz. omgangh was swanger geworden, haar beneffens voorn. Adriaen Frins heeft vervoeght aen de edele groot aaghtb. heeren burgermeesteren en regeerders van dese stadt, en [p.3] alsoo geobtineert consent ende qualificatie van gemelte haar ed. groot agtb. omme de gewone huwelijkse proclamatien met den meergemelte Adriaan Frins te doen afkundigen gelijck sulks oock alhier in de groote of parochie kerck is gedaen geworden, sijnde d'eerste proclamatie reets op den 26 november des sondaghs, ende de twede op sondagh daar aenvolgende den 3e van dese loopende maant, naar behooren gedaan, met voornemen om de derde proclamatie op sondag daar aen den 10e deses gedaan sijnde te trouwen.
Dat voorz. Adriaan Frins bruijdegom sijnde, en swack nae den lighaeme vrij siecker wierde en wel met soo stercken aenval, dat men vreesde, dat hij niet tot den trouwdagh toe moghte leven dat daarom wel bijsonder mede op het aenstaen van den selven bruijdegom, de req'te is gegaan aen de huijsen van de regerende heeren burgermr en regeerders van dese stadt, omme te obtineren dispensatie omtrent het derde gebodt en vervolgens toegelaten te werden [p.4] om in huijs en voort bedt te mogen trouwen, dat sij req'te bruijdt op den 7e als mede op den 8e van dese maant alle bedenckelijke devoires heeft aengewent, dogh dat het ongeluk heeft gewilt, dat op die dagen, alle de heeren burgermrn waeren uijt de stadt, en geene op den raathuijse vergadert: soo dat de sieckte van den bruijdegom van tijt tot tijt toenemende hij saturdagh smorgens den 9e deses ten seven uuren is gestorven.
Dat alle sij deposanten in den voortijt, en sieckte van den bruijdegom meermalen te gelijck bij den selve en sijne bruijt sijn tegenwoordigh geweest, en met hem redenvoeringhe gehouden hebben, tot ook selfs in die morgen, dat hij is overleden ende over sulks wel en duijdelijck uijt hem hebben verstaen tot diverse reijsen toe, dat hij was met de bruijt behoorlijk ondertrouwt dat hij was waarlijk de vader vant kindt, daar sij bruijt van swanger was, dat hij wenschte met de selve getrouwt te wesen, en alsoo haar en 't kindt ter eeren te brengen, [p.5] en een wettigh huwelijk te voltrecken, dat het hem seer leet was, dat er geen dispensatie konde bekomen werden omt huwelijk te solemniseren, dat wijders ook den bruijdegom te meermalen heeft betuijght sijn uijterste begeerte, en wille te wesen indien hij moghte overlijden, dat de bruijt en 't kint waer van sij swanger gaat, alles souden hebben wat hij besadt als mede dat nogh bij sijn vader was, ent geen hij aen sijn oom had uijt geset, dat hij haar dat alles uijt grondt van sijn hardt schonck, herhalende sulks met ernstige woorden en wel bij sijn verstandt sijnde, soo sij deposanten niet anders konden bemercken, versoekende de depstn sulks te willen onthouden, en getuijgen.

Aldus gedaen ter goeder trouwen en nae waarheijt verklaart sijnde de deposanten te vreden sulks met eede te stercken.
Int bijsijn van Mathijs de Vries clerq van mij not's en Lubbert Jansz als getuijgen.
[w.g.]
dit ist merk van Caspar Varekroegh gestelt
Huijbert Jacobse, Cornelis Twisk
dit merk stelde Wijbrant Vlas
dit merk heeft Marta Jans selfs gestelt
Matthijs de Vries, Lubbert Jansen
Dat getuijgh ik

[relevante DTB data zullen worden toegevoegd]

-----------------------------------------------

NAH 2387 [152] 31-1-1739 ~ regimentsruil

[...] compareerden [...] de heeren Cornelis Roosterman capiteijn luijtenant onder het regiment van den collonel van Berghem ter eenre; ende Jacobus Houfs luijtenant onder 't regiment van den overste van Son ter andere sijde te kennen gevende dat sij comp'ten met den anderen waaren overeengekomen, omme onder approbatie ende goetvinden van haar ed. mog. heeren Gecommitt'de Raden deses quartiers te verwisselen van regiment ende sulx dat den een in des anders plaats en qualiteit soude succederen, ende dat sij comp'ten daartoe het nodige request aan welgem. ed.mog. sullen presenteren, dogh dat sij h'rn comp'ten hadden vastgestelt en geaccordeert dat het selve changement soude moeten geschieden op dese navolgende poincten ende conditien;
De luijtenant Houfs salaan de heer capiteijn Roosterman overgeven sijn eijgen rij-paart met nieuw sadel en toom als ook de trens, nieuwe sevels [sabels], goede uijtreghtse pistolen met coper beslagh, nieuwe chabrack [sjabrak] en holstercappen met de pallas en de portipe?, nogh 1 1/2 ellen laken als de officieren haar [p.2] camisools sijn.
Daar tegen sal de heer capiteijn luijtenant aan de luijtenant Houfs geven duijsent rijxdaalders ofte vijff en twintigh hondert gulden Hollants; (soo ras haar ed. mog. het changement hebben geaccordeert) daarenboven sal de heer Roosterman gehouden sijn beijde de actens van changement te betalen, ook staat de heer capiteijn luijtenant toe dat de luijtenant Houfs sijn maant gagie van hondert en dartigh guldens, die vervallen salden 11. febr. 1739 sal trecken en genieten.

Nogh sal de heer capiteijn luijtenant Roosterman aan de??ls soon Jacobus Houfs sijn oude monteringh van 't regiment geven, te weten rock, broeck en camisool sonder eenige kortingh, als ook aan de hr. Houfs de maant gagie in het regiment van van Berghem ingaande den 12 febr. 1739.

Dat hij Roosterman sal hebben de maant gagie ingaande den 12. febr. 1739 sijnde de maant in avan[ce?] die de luijtenant Houfs te goede heeft van de heer ritmeester Kesselaar te weten hondert dartigh guldens.

[p.3] Welke poincten ende conditien de heeren comparanten als luijden van eer beloven te presteren, en elkanderen den effecten deses te sullen doen en laten genieten, alles onder den verbande ende submissie alsnaar reghten.

Aldus gedaan ten bijsijn van [enz.]

------------------------

NAH 2519 [17] 4-5-1740 ~ doodgeslagen hond

[...] compareerde [...] Jan de Bont inwoonder tot Hoorn voorn't op de kuijl, van genoegzamen ouderdom omden waarheid getuigenis te mogen geven mij bekent, welke ter requisitie van den here Wagemans, corneth in dienst van den Staat der Verenigde Nederlanden onder 't regiment van den collonel van Son, in de compagnie van den hr. ritmeester Attenhoven, verklaarde de waarheid te zijn:
Dat na zijn beste onthoud, op donderdag den 28. april 1740 over de kuijl is komen gaan, Hendrik Bungers, corporaal onder de voorz. compagnie.
Dat denzelven Hendrik Bungers doen ter tijd is aangeroepen door ene Eva huijsvrouw van Andries Rou, als doen op de kuijl woonagtig.
Dat opgem. Eva an den zelven Hendrik Bungers vroeg: Wat is er van de hond?
Dat Hendrik Bungers, haar ten antwoord gaf: de heer Wagemans heeft mijn hond dood gehouwen, en dede niet met al, als met malkaar speulen; 't is vilderagtig gedaan, met de hond kapot te maken, 't was beter dat hij in tijd van oorlogh een scherpe pallas gebruikte, maar niet om honden te houwen; ofte dergelijke woorden in substantie.
[p.2] Wijders verklaarde opgem. Jan de Bont dat des anderen daags voornoemde Eva huijsvrouw van Andries Rou voorz. aan hem deposant en desselfs huijsvrouw Aagje Puit heeft verhaalt, dat het zo was, dat Hendrik Bungers dergelijk tegen haar hadde verhaalt.
En laastelijk, dat de voorn. Eva naderhand, 't zelve weder ontkent hebbende, voorn. Eva en zijn deposants huijsvrouw, in hevige moeijlijkheden over die ontkentenisse zijn gevallen.
[...]
Gedaan tot Hoorn [...] ten presentie van Poulus Streek en Barent van Heijssen, luiden van gelove ten oirconde dezes versogt.
[w.g.]
Johannes de Bont, Poulus Streek, Baernt van Huesen
Francois van der Vorm

-----------------------

NAH 2521 [300] 22-9-1743 ~ buitenechtelijk kind

[...] compareerden [...] D'eerb'e Maritje Volkerts Wiltschut vroedvrouw, Marijtje Hex, leerende het vroedvrouws onder gen'de vroedvrouw, Jannitje Barents huijsvrouw van Gerrit Blom, Antje Claas huijsvrouw van Cornelis Cornelisz wonende op de koepoortsweg even buijten dese stadt, van genoegsamen ouderdom om der waerheijt getuijgenisse te geven, dewelke ten versoeke van Anna Schouten woonende op de selve koepoortswegh, verklaren waer ende waeragtig te zijn;
Dat sij dep'n op voorleden donderdag sijnde geweest den 19 september 1743, sijn versogt om te komen ten huijse van de requirante, alwaer door de dep'n wierd gevonden de requirante, sittende in barensnoot die aen de twee eerste deposanten versogt om haer in den noot te assisteeren gelijk sij tweede dep'e ten bijwesen van genoemde vroedvrouw de req'e ook heeft afgevraagt wie de vader van het kint was, antwoordende de req't sittende niemant anders als Aernout Jongemaets luijtenant en hebbende de dep. kort daer aen de req. verlost van een kint sijnde een jongetje.
[...]
Aldus gedaan int bijsijn van Doede Bast en Abraham Craij als versogte getuijgen.
[w.g.]
Jannetien Baarens, Antije Klas Kapteij, Marijtje Volkers Wieltscht, Marijtje Hek
Abraham Craaij, Doede Bast
quod testor Wormbout van Hogen


-----------------------

NAH 2529 [235] 2-3-1747 ~ kwartiermeester en echtbreekster

[...] compareerden [...] Hermina ter Heijgen wed. Lavinje oudt 54 jaeren, Antje van Rijn wed. Cornelis Swanenburg oudt 36 jaren, en Jan Lambertsz oudt omtrent 20 jaren alle woonagtigh binnen deze stadt, dewelken ten versoeke van Matthieu Estienne mede alhier wonende, hebben getuijgt hoe waer en waeragtig is;
de deposanten verklaren gezamentlijk in soo verre haer is voorgekomen dat des req'ts vrouw Johanna Roosendaels heeft gehoude onbetamelijke conversatie met eenen Wessel Hoerde als quartiermeester onder de compagnie van den heer majoor van Dorp, alhier in guarnisoen hebbende gelegen, en wel diervoegen als off sij waeren man en vrouw, soo de eerste deposante verklaert, dat sij diervoegen verscheijde malen ten haren huijsen sijn geweest, zijnde genoemde Wessel Hoerde op den 1e februarij laetstleden smorgens nae gissingh omtrent vier uuren ten haren huijze gekomen, als wanneer hij een kussen van haer bedt heeft genomen en is daer mede nae boven gegaen [p.2] om te slaapen, dat sij eerste deposante daerop de tweede getuijge ten haren huijze heeft ontboden dewelke ook heeft verklaert aldaer te zijn gekomen, als wanneer hij Wessel Hoerde haer tweede getuijge heeft versogt om te gaen nae de vrouw van de requirant, en haer te versoeken om bij hem te komen gelijk sij heeft gedaen, dog van de welke sij tot antwoort kreeg laet hij bij mij van den avont of van de nagt komen, ik zal de voor en agter deur laten open staen welke boodschap zij aen meergem. Wessel Hoerde hebbende gedaen, is des req'ts huijsvrouw op de middag nae gissing omtrent een uren is gekomen ten huijze van de eerste getuijgen in preesentie van de tweede getuijge, als wanneer sij eenige woorde wisseling met den ander hebben gehouden zijnde, zij nae verloop van een half uur wederom vertrocken, verklarende sij twee eerste getuijgen verder dat des req'ts huijsvrouw op den 4e van de selve maendt februarij smorgens omtrent tien uuren wederom ten haren huijze en bij meergem'de Wessel is gekomen, en met dezelve na boven is gegaen, en aldaer omtrent een half uur vertoeft, verklarende hij laetste deposant dat hij ten dage voorn. op ordre van des req'ts huijs- [p.3] vrouw, het bedt, peul, en verder beddegoedt heeft genomen van het bedstee in de binnen haert, en het zelve 's avonds met assistentie van de tweede getuijge heeft gebragt ten huijze van de tweede getuijde, als wanneer sij tweede getuijge die goederen heeft verkogt, en de gelde daer van gekomen gestelt op ordre van des req'ts huijsvrouw in handen van meerg. Wessel Hoerde, met welke sij vervolgens nae gemaekt overleg die nagt ten twaelf uuren, met die schuijt zijn voltrocken, en op gedeuwt mede nemende een koffer en pakmandt met goedt;
eijndelijk verklaert hij laetste deposant dat nae gissing een week voor dat des req'ts vrouw soo in dezen is gemelt met Wessel is op geduewt hij deposant s'avondts bij haer alleen heeft gezeten, als wanneer sijn req'ts huijsvrouw onder andere discoursen hem vraagde ken jij wel swijgen, waer op hij deposant antwoorde, dat mogt er na wezen waer op zij uijt een zakje haelde twintig goude ducaten, tegen hem deposant seggende als jij hier of daer wilt gaen staen, en mijn man een prauw geven dat hij altijd genoeg heeft, dan zal dat voor jou wezen, en zoo jij het niet [p.4] doen willen zoo hoef jij nooit weer in mijn huijs te komen, dog het welck hij met verfoejinge en verschricking van de handt heeft gewezen, en kort daer nae van haer is vertro??
De redenen van hun deposanten wetenschap bestaen in haer eijgen ondervindinge, en voorkominge, en voort als in den text te vreden zijnde (is't noodt) deze met solemneele eede te sterken.
Gedaen int bijzijn van den e. Bente Bentesz en Pieter Lap als getuijgen.
[w.g.] Harnna ter Hege, Antje van Rijn
dit is't merk van Jan Lambertsz
Bente Bentesz, Pieter Lap

-----------------------

NAH 2539 [271] 14-10-1752 ~ een ontugtig en ergerlijk leven


[ruiters compagnie van Son: Albert Jansz, Jan van den Heijning, Jan van Zwol]

[...] compareerden [...] Jan van den Heijning en desselfs huijsvrouw Grietje Hunevelt, Jan van Zwol, Andries de Jong en desselfs huijsvrouw Anna Willems, alle van genoegsame ouderdom om de waarheijt getuijgenisse te geven en burgers binnen dese stadt, mij not. bekent, dewelke ten versoeke van Albert Jansz jegenwoordig burger & sleper binnen dese stadt, bij den ed. wel agtb. geregte deser stadt op den 9de octob. 1752 geadmitteert omme in desen pro deo te mogen ageren en bedient te worden, verklaren waar ende waaragtig te zijn;

de drie eerste dep'tn verklaren dat sij den req't lange jaren hebben gekent en seer wel weten dat hij in den jare 1730 op den 2de julij binnen dese stadt is getrouwt met eene Roelofje Albers en dat voorn'de Roelofje Alberts leggende een slegt en ontugtig leven kort daar na van deselve hare man is weggegaan, dat den req't sijnde geworden ruijter onder de compagnie van dhr. [p.2] majoor van Zon, in den jare 1731 met de eerste en derde dep'tn uijt dese stadt is gemarcheert en garnisoen betrocken in de stadt Grave, alwaar gemelde Roelofje Alberts wederom bij hare man is gekomen en na een kort verblijf bij hem met wegneming en verpanding van alle sijne goederen, weder is weggegaan en hem voor de twede reijse verlaten, voortgaande in haar ontugtig en ergerlijk leven;

en dat sij Roelofje Alberts in den jare 1740 heeft gewoont binnen dese stadt ten huise van Albert [m.z. Andries] de Jong, mede dep't in dese, alwaar sij haar uijtgaf te sijn ongetrouwt en alsoo voor dienstmaagt [aldus?] korte tijt gewoont;

Verklarende de vierde en vijfde dep'tn dat in den jare 1740 ten hare huijse voor dienstmaagt is komen wonen ene Roelofje Alberts, voorgevende te sijn ongehuwt en alsoo houdende conversatie en verkeering met manspersonen ten hare huijse gelogeert, dog dat de dep'tn kort daar na hebben ontwaart dat sij Roelofje Alberts was de getroude vrouw van den req't in desen, die ook ter praesentie van de dep'tn en ten haren huijse met zijn getrouwde [p.3] vrouw heeft gehouden een montgesprek en elkanderen alsoo hebben erkent, dog dat kort daar na gemelde Roelofje Alberts uijt het huijs van de dep'tn is vertrocken sonder dat sij dep'tn oit hebben gehoort werwaarts sij was heen gegaan, dan of sij leeft of bereijts al is overleden;

Gevende sij dep't voor redenen van wetenschap den req't en sijne vrouw van overlange te hebben gekent en ieder voor soo veel haar gedeposeerde aangaat met deselve hebben gehouden gemeensame ommegang en verkeering en verder als in den text bereijt zijnde alsoo hun lieden goede trouw in en omtrent het geven van dese verklaring ook nader en solemnelijk te bevestigen.

Aldus gedaan ten bij sijn van Pieter van Steenkerke en Kornelis van Doorne als getuijgen.

[w.g.]
dit merk is bij Andries de Jong zelfs gestelt
,, Anna Willems ,,
,, Jan van den Heijmning ,,
,, Kornelis van Doorne ,,
,, Grietje ?Hun?evelt ,,
,, Jan van Zwol ,,
Pieter van Steenkerck
quod testor Ns. Bel not.

=====================


Aantekening bij ONA 375 / 6-7-1730:

Vermoedelijk was de betreffende ruiter Christiaan van Donge(n) en ging zijn wens 10 jaar later alsnog in vervulling (d.w.z. hij overleed onderweg):

Christaan van Donge(n);
geh. (1) otr. 5-11-1729 Hoorn (jm ruiter compagnie van Son, garn. Hoorn/ jd uit Deventer, won. Hoorn)
Sophia Constantia Potgieter (Fijtje), lidm. rf Oosterblokker 11-11-1736 m.att.v. Hoorn; 8-6-1738 vertr. naar Hoorn;
geh. (2) otr. 11-4-1739 (wedr. won. Zeedijk Hoorn, afk. Oosterhout/ wed. Zeedijk Hoorn)
Grietje Jans de Boer
Kinderen uit (1):
  1. (Grietje, ged. 5-7-1731 rf Hoorn)
  2. Grietje, ged. 7-9-1732 rf H. (get. Geertruij Potgieter)
Christiaan van Dongen (uit Oosterhout) 18-5-1740 in dienst bij VOC kamer Hoorn als sergeant  op schip Hillegonda (tevens datum vertrek); aankomst Kaap 2-11; vertrek 10-12; overleden (aankomst Batavia 27-5-1741; begunstigde echtgenote Grietje Jans)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten