maandag 10 december 2018

Onderzoek regiment Drimborn - van Son - Buijs

Hier zal gepubliceerd worden de resultaten van mijn onderzoek naar de militairen en hun eventuele gezinnen van de compagnies van het cavalerieregiment Drimborn (1720* t/m 1737) / van Son (1738 - 1740) / Buijs (1741 - 1750*).

*Indien ik genoeg vindt zal het begin- en eindjaar wellicht nog worden verlaagd resp. verhoogd.

maandag 3 december 2018

Maria Cornelia "Otte" getuige bij huwelijk en doop 1742-'43

Maria Cernelia "Otte" ( of: Herrel, gehuwd met Ignatius B. Ott) getuige bij zowel ondertrouw inschrijving in 1742, als bij RK doop in 1743 van het eerste (tot nu toe enig gevonden) kind van de ruiter Dionisius Pelgra/ Pelraij en Anna Maria Neijbolt/ Nebolt.

Hoorn huwelijksafkondiging DTB 69, scan 11
Den 26 Maij 1742 / Dionijsius Pelgra j.m. ruiter onder de compagnie van der heer ritmeester Attenhove, leggende hier in guarnisoen, ende Anna Maria Neijbolt j.d. van Doreg bij Arensberg, wonende inde Baan. / Getrout den 10 Junij 1742 van dominee van den Bergh

Hoorn ondertrouwinschrijving DTB 58, scan 15
Den 26 Maij 1742 / Dionisius Pelgra j.m. ruiter onder de compagnie van der heer ritmeester Attenhove, leggende alhier in guarnisoen, ende Anna Maria Neijbolt j.d. van Doreg bij Arensberg*, wonende inde Baan, de bruidegom geassist. met . . . . ende bruid met Maria Cornelia Otte /Acte prodeo vertoont

[* wellicht Arnsberg (Nordrhein-Westfalen), of (minder waarschijnlijk) Ahrensburg (Sleeswijk-Holstein); Doreg niet gevonden]

10-6-1742 huwelijk

Kinderen, gedoopt RK st.Franciscus Hoorn:
  1. Anna Maria, 4-2-1743 ("Dionijs. Pelraij & Anna Maria Nebolt") get. "Maria Cornelia Otthe"
Hoorn RK doop st.Fr. DTB 36, scan 29

DTB 88 begraven Noorderkerk gezocht vanaf image 50 t/m 56 (jan. 1745)

Adriana Receveur-Richel

Joseph Waltherus Mathias Receveur (roepnaam Walter) militair afkomstig uit Luik (aldaar geboren 1705), trouwde Venlo 19 september 1730 (katholiek) [get. Johannes Ulrich en Franciscus Hertsinger] en 1 oktober 1730 (gereformeerd) met Adriana Richel, gedoopt Den Haag 14 januari 1701, dochter Michael Richel en Apolonia van Daelen.
Uit dit huwelijk:
  1. Christophe Receveur (ook Christoffel) volgt II.
  2. Joannes Receveur begraven Venlo 27 december 1740.
  3. Joannes Receveur begraven Venlo 6 juni 1742.
 [bron: genwiki/limburg, zie ook wikipedia/receveur]
 =======================

Aanvullingen:
Kinderen, gedoopt rk Hoorn:
  1. Franciscus, 2-11-1731, get. Maria Cornelia Otten [zie onder doopgetuige: 1-4-1732]
  2. Maria, 8-4-1733, get. Maria Catharina Refleer?
  3. Joannes, 9-4-1734, get. Machtel Kuijpers
 Adriana was tevens doopgetuige van:
  1. Ignatius 1-4-1732, z.v. Ignatius Bernard Ott en Maria Cornelia Herrel*
  2. Jan, 24-10-1733, z.v. Matthieu d'Estienne en Geertie NN

 [* dit echtpaar liet op 15 mei 1729 te Venlo een zoon Matthias dopen (rk doopboek militairen)]

=======================

Bron Hoorn (NH) RK doopboek (statie St. Franciscus "Drie Tulpen") DTB 36:



2-11-1731 [scan 17]
Franciscus parentes Mathias Joseph Receveur [doorgehaalde tekst] et Adriana Reverel? coniuges, suscepit Maria Cornelia Otten


1-4-1732 [scan 18]
Ignatius par. Ignatius Bernard Ott et Maria Cornelia Herrel coniug. susc. Adriana Recevel?


8-4-1733 [scan 19]
Maria par. Waut? Joseph Reuveur et Adriana Rechel coni. susc. Maria Cathar. Refleer?


24-10-1733 [scan 20]
Jan illeg. par. Matthieu d'Estienne ut dicitur et Geertie ... susc. Adriana Receveur


9-4-1734 [scan 20]
Joannes par. Joseph Receveur et Adriana Richel coni. susc. Machtel Kuijpers

donderdag 29 november 2018

Ignatius Ott in notariele akten (1732 - 1752)

de tot nu toe gevonden handtekeningen
Tot nu toe 6 akten gevonden, met onderschrift van Ignatius Ott; 5 maal als getuige (1732, 1740, 1746, 1747 en 1749) en 1 maal als comparant (1752):

NAH 2466/ 25-9-1732 [scan 1742-143] akte 201

[transcriptie volgt]

- - - - - -

NAH 2440/ 9-8-1740 [scan 309-310] akte 35

[...] compareerde [...] Meijnsjen Hendriks Hulsingh alhier wonaghtigh, mij notaris bekent, in qualiteijt als aangestelde executrice van het testament van de heer Joannes Canel alhier overleden, gepass't voor de notaris Johannes Velthuijsen en twee getuijgen in dato den 20 november 1728, dewelke verklaarde bij desen te constitueeren ende volmaghtigh te maken den eersamen Johannes Edingh, omme uijt de naam ende van wegen haar comp'te met en beneffens haar mede aangestelde executrice Grietje Edingh bij acte gepass't voor mij notaris en getuijgen, in dato den 27 junij 1740 te doen rekeningh, bewijs en verantwoordingh van de regeeringh ende administratie die sij executrices over de naelaetenschap, boedel en goederen van gemelde heer Johannes Canel hebben gehadt en gedaan alsmede aan de erfgenamen van de heer Johannes Canel off aan desselfs gemaghtighde de heer Nicolaas Canel over te geven, onder behoorlijke notariale quitantie de gantsche naelatenschap naar afftrek van de betaalde legaten doot en andere schulden, door meergen'de heer Joannes Canel, met de doot ontruijmt ende naegelaten [p.2] ende in name van haar comp'te ter sake voorsz alles verder en meerder te doen 't gunt naar gelegentheijt van saken wert gerequireert ende sij comp'te selff present sijnde soude kunnen, en behoorden te doen, ende sulx in omnibus, et contra omnes ad negotia vel ad lites, met magt van substitutie, belofte van ratificatie, ende approbatie onder verbant ende submissie als naar regten.
Aldus gepasseert in Hoorn voorsz ter presentie van Ignatius Ot ende Barent Klaasz als getuijgen.
[w.g.] Meijnsjen Hendrickx, Ignatius Ott
dit merk heeft Barent Klaasz selff gestelt
Mij present Dirk Krab openb. nots.

- - - - - -

NAH 2442/ 20-9-1746 (akte 35), scan 329-330

[...] compareerden [...] Jan Verver, Adriaan Kriek, Andries Brants ende Jan Schrijver als beeedighde garbuleurs van de geoctroijeerde Oost-Ind. Comp. ter Kamer van Hoorn dewelke verklaarden [...] hoe waar is
dat sij deposanten, int pakhuijs van gemelde Compagnie int najaar 1743 en int najaar 1744 hebben gesouten een partij vlees, hetselve in vaten gedaan, welke door haar lieden behoorlijk vol sijn geset, en dus vol geset sijnde, in haar presentie sijn toegekuijpt, en op sijn tijt met de schepen Nieuwland en Brouwer na Oost-Indien sijn gesonden.
Nogh verklaarden sij deposanten in de maant maart 1744 te hebben gesouten een partij gerookt spek, hetselve gedaan in vaaten, welke door haar lieden behoorlijk vol sijn gestuwt, en dus vol sijnde in haar [p.2] presentie zijn toegekuijpt, en met het schip Nieuwland na Oost Indien zijn versonden.
[...] Aldus gepasseert in Hoorn voorsz ter presentie van Volkert Nieuwkerk ende Ignatius Otto als getuijgen.
[w.g.]
Jan Verwer, Adriyaan Kriek, Andries Brands, Jan Schrijver, Volkert Nieukerk, Ignatius Otto
Mij present Dirk Krab openb. nots.

- - - - - -

NAH 2420/ 6-4-1747, scan 92-94

[huwelijkse voorwaarden predikant Petrus Cazenove en Elisabeth Groenveld - transcriptie volgt - evenals in 1749 was de andere getuige Philip Bos evenals Ignatius van de lijfcompagnie Drimborn, later van Dorp]

- - - - - -

 NAH 2471/ 14-5-1749 (akte 27), scan 152-154

[...] compareerde [...] Cornelis Mooij* [...] te kennen gevende, dat hij comparant op den 24 september 1745 voor de heren meesters Jacob Groot en Daniel Dirks, schepenen deses stads, had bekent wel ende deugdelijk schuldig te wesen, aan de hr. Jan van Dijk, coopman tot Amsterdam, de somma van een duijsent twee hondert en seventigh guldens spruijtende uijt koop en leverantie van glas, volgens verkenning en schultregister daar van gehouden, in den jaren 1742 en 1743 ten genoegen van den comparant ontfangen en genoten onder behoorlijke renuntiatien en beloften omdeselve somma met den intrest van vier per cento in't jaar, over een jaar daarnae wederom op te brengen en te voldoen aan de gem'te Jan van Dijk, desselve erven ofte reght verkrijgende ende dat ter eerster aanmaninge vrij suijver gelt sonder eenige kortinge ten waare het meergem'te capitaal langer met wedersijds genoegen onder dencomparant wierd gelaten in welk geval de renten haare gangh en koers sullen houden als voren, alles tot de dadelijke en effectuele voldoeninge toe, dogh indien den comparant 's jaarlijks ten vervaldage [p.2] in promptis te voldoen den intrest, sal dit capitaal in de tijt van drie jaren niet mogen worden opgeeijscht onder speciaal verbant van een huijs, ende grondt van dien, bestaande in twee wooningen staande ende gelegen aan de zuijdsijde van 'tWest binnen dese stadt, belent Fredrik Sterk ten oosten en de erven Dirk Nopper ten westen, door den comparant wordende bewoont, item een huijs en grondt van dien staande ende gelegen aan de noordsijde van 't West voorn't belent Jan Sijverts Smit ten westen en Cornelis van Sanen ten oosten ende voords generalijk alle sijne comparants goederen roerende ende onroerende geene van dien uijtgesondert, deselve stellende ten bedwangh ende executie van alle reghteren, ende reghten, alles breeder geblijkende bij de gem'te hupothecatiebrieff daar van gepasseert waarop den comparant een jaar intrest heeft voldaan dat de gem'te hr. Jan van Dijk overleden sijnde den comparant sigh thans buijten staat bevindt om het gem'te capitaalmet den intrest van dien te voldoen over sulks te raden is geworden om de voorn'de huijsen te verkopen soo verklaarde den comparant bij desen te constitueren ende volmaghtig te maken de heeren Pieter Andries van Dijk en Francois Guillod, als in huwelijk hebbende juffr. [p.3] Geertruijd van Dijk beijde wonende tot Amsterdam, kinderen en erfgenamen van haare vader Jan van Dijk, hiervorengemelt alsoo houders, en eijgenaarsvan de voorn'de hupothecatiebrieff, omme gesamentlijk ofte ijder in't bijsonder, 't sij in publicque veijlingen, ofte onder de handt (soo de gelegentheijt best sal voorkomen) te verkopen ende naer stijlen te transporteren, op ende overtedragen, aan de respective kopers, de huijsen breeder bij het gem'te hupotheecq gespecificeert, en uijtgedrukt, ten dien eijnde de vereijscht? wordende strijkgelden uijtteschieten, en daarvan ten behoeven van de kopers te passeren, behoorlijke brieven van opdracht ende quijtscheldingen in forma over sulks te compareren, voor de ed.agtb. geregte deses stads, ofte waar sulks nodig sal sijn, aldaar den eijgendom te cederen en overtedoen, de kooppenningen van dien te ontfangen, daaruijt te voldoen, de tequaat sijnde ordinaire en extra ordinaire verpondingen van de gem'te huijsen, alsmede de verstrekte en uijtgesloten strijkgelden en wijders te emploijeren tot aflossinge van het gem'te hupotheecq, met de daarop verschenen intressen immers, ende in alle gevallen, pennings sullen soo verre deselve kunnen strekken van den ontfangst quitantie te passeren voor wictien? ende namaninge te caveren met alle ende eene ijgelijk te accorderen, ?transtgeren? [p.4] compromitteren ende verblijff te doen nae gelegentheijt van saken, ende voords generalijk daaromtrent alles te doen ende te verrighten wat den comparant selfs present sijnde soude kunnen, ofte mogen doen, belovende te approberen ende te ratificeren 't gunt uijt kraghte deses door de heren geconstitueerden sal worden gedaan ende verright sonder dat hier door in tijt en wijlen sal kunnen worden verstaan, eenige novatie? aan gem'te hupotheecq te wesen toegebraght, mits en onder conditie dat de comparant desselvs huijs sal blijven bewonen tot primo maij 1750 houdende voor in desen geinsereert? indien in 't een ofte ander geval eenige nadere of?? ampelder last moghte worden gerequireert blijvende de heren geconstitueerden verplight omme ten allen tijden te doen behoorlijke rekeningh, bewijs en reliqua? van 't gunt door haar uijt kraghte deses sal wesen gedaan ende verright, alles onder den verbanden en submissie als nae reghten.
Aldus gedaan ten bij sijn van Ignatius Ott, ende Philip Bosch**, beijde alhier, als getuijgen
[w.g.]
Corn. Mooij, Ignatius Ott, Felijpes Bos
Quod testor R. Pereboom not's

[* genealogische aantekeningen Mooij zie onder/ ** Philippus Bos was evenals Ignatius Ott ruiter onder de lijfcompagnie van de brigadier Drinborn; geh. 1735 Hrn. Geertje Pieters]

- - - - - -

NAH 2421/ 24-4-1752, scan 233-234

[De 20-jarige Ignatius Ott de jonge vertrekt met de VOC en volmachtigt zijn oudere broer Pieter tot het waarnemen van zaken tijdens zijn afwezigheid. Omdat hij minderjarig is wordt hij geassisteerd met zijn beide ouders. Zie hier]

- - - - - -

Bij welke notarissen kwamen de Otten? (tot 1755):

als getuige:
  • 1732 Pereboom - Ignatius Ott (v. Sanen & Edingh)
  • 1740 Krab - Ignatius Ott (Hulsingh)
  • 1744 Warius - Pieter Ott (Brummen)
  • 1746 Krab - Ignatius Ott (garbuleurs)
  • 1747 Jb. v. Beek - Ignatius Ott (Cazenove)
  • 1749 Pereboom - Ignatius Ott (Mooij)
  • 1750 Bel - Pieter Ott (C. Sloos)
  • 1751 C. v. Beek - Pieter Ott (Jb. Mullers)

als comparant/ requirant:
  • 1749 v. Hogen - Pieter Ott & Maritje Sloos (testament)
  • 1751 Krab - Pieter Ott en fam. Sloos (erfenis J. Bont)
  • 1752 Jb. v. Beek - Ignatius Ott jr. met ouders (machtiging Pieter)
  • 1753 Langewagen - Pieter Ott & Maritje Sloos (verkoop obligatie)
  • 1753 Krab - Maria C. Herrel wed. Ott (testament)
  • 1754 Langewagen - req'ten: wed. Ott en kinderen Pieter Ignatius jr en Anna Maria Ott (attest over Frans Ott)
totalen:
  1. Krab (2C + 2G = 4)
  2. Langewagen (2C)
  3. Jb. v. Beek (1C + 1G = 2)
  4. Pereboom (2G)
  5. v. Hogen (1C)
  6. Warius (1G) 
  7. Bel (1G)
  8. C. v. Beek (1G)
De tot-nu-toe oudste akte die van belang is voor de geschiedenis van de familie Ott, is echter niet één waarin een Ott compareerde of requireerde, maar genoemd werd in een attest, namelijk op 5-11-1739 bij notaris Groen. In deze verklaring wordt duidelijk dat Ignatius ruiter was in de compagnie Van Dorp en daarnaast knegt van wijnkoper of drankhandelaar Aldert Lantman. Er wordt zelfs in beschreven wat hij zou hebben gezegd tegen de gekwelde vrouw van zijn baas.

Dergelijke akten zijn het moeilijkst te vinden. Deze vond ik door te zoeken op Aldert Lantman, waarvan al duidelijk was dat hij een zekere relatie had tot de familie Ott (zijn vrouw was doopgetuige en hij werd tot voogd benoemd in het testament van Maria Cornelia, weduwe Ott).

=====================

genealogische aantekeningen Cornelis Mooij

Cornelis Pietersz Mooij, (lidm. bel. rf 15-3-1724 v.Hrn), won. aan het West (zuidzijde, 2e huis ten westen v.d. kleine havensteeg);
geh. (1) voor 1718
Marijtje Willems
geh. (2) rf 1-3-1744 Hoorn, otr. 15-2 (wedr West/ wed Klooster beide afk Hrn)
Lijdia Magnus Levenberg/ van Leeuwenberg, ged. 28-6-1714 Hrn, d.v. Magnus Leeuwenberg en Aeltje Jans (geh 20-9-1733 Hrn als jd Zeedijk afk Hrn Willem Gerritsz Kool jm Zeedijk afk Hrn)
Kinderen, 1 t/m 11 uit (1):

  1. Pieter, ged. 26-5-1718 Hrn
  2. (Helena, ged. 26-5-1718)
  3. Jan, ged. 4-2-1720  (moeder: Marijtje Cornelis Mooij)
  4. Willem, ged. 22-3-1722
  5. (Claasje, ged. 20-6-1724)
  6. Helena, ged. 11-9-1725 (moeder: Marijtje Cornelis)
  7. Jacob, ged. 11-5-1727
  8. (Claasje, ged. 20-3-1729)
  9. Claasje, ged. 11-2-1731
  10. Tomas, ged. rf 18-9-1732 Hrn
  11. Volkert, ged. 5-11-1734
  12. (kind CM, begr. 11-10-1745 zuidzij 140 GK fl.4)
  13. (kind CM, begr. 27-2-1747 zuidzij 140 GK fl.4)

Stukken bij zaak Landman 1739 tbv schepenen

Hoorn ORA 4372 [scans 180-183] geproduceerde stukken bij schepenrollen - transcriptie
Zie ook eerdere berichten:


[180b]
Exhibitium in judicio des stads Hoorn den 30 septemb. 1739 (was getekent) P.L. Velius

Eijsch gedaan maken, ende den ed.welagtb. geregte des stads Hoorn, overgegeven uijt den naem ende vanwegen Anna de Roeper, getrouwde vrouw van Aldert Lantman, wijnkoper binnen dese stadt, van desen ed.welagtb. geregte veniam agendi geobtineert hebbende, den 11 november 1739. Eijsr. contra deselve Aldert Lantman ged.

Johannes de Roodt, als procureur van de eijss. dede naar waarheijt seggen, dat de eijss. haar altoos in het huwelijk met Aldert Lantman, soo in saken de huijshoudinge concernerende als in hare levenswijse ende gedrag, tegens haare man, als een [181a] ordentelijke en fatsoenlijke huijsvrouw heeft gecomporteert,
ende alsoo geen de minste reden heeft gegeven, ofte oorsaak is geweest, waaromme sij eijss. niet hadde behooren te worden beantwoort op een wijse, overeenkomende met haar ?o?e? gedrag,
dat in plaatse van sulx de ged. gedurende haare huwelijk staat, hem dagelijx vervordert heeft, haar eijss. qualijk te bejegenen, met schelden, vloeken, slaan,stooten, onbehoorlijk te tracteren, ende alle injurieuse en onbeschaamde propoosten tegens haar te gebruijken, niettegenstaende sij eijss. den ged. altijd in't minnelijk bejegent heeft,
gelijk een vrouw met eere toestaat te doen, omme met hun lieden neeringe eerlijk met haar twee kinderen door de wereld te geraken welke alles den ged. niet considererende heeft deselve sig van tijd tot tijd tot alle debaucles en ongeregeltheden overgegeven, waar door veroorsaekt is verwaarlosinge in sijn affaires en dilapideringe van goederen,
Jae selff dat hij ged. sig soo verre heeft vergeten, dat hij sijn mannelijke liefde heeft getransfereert, aen andere met dat effect te schandelijk bij desen klaarder te denomineren, dat de ged. in plaatse van sig over sijne misbedrijven ten allen uijtterste beschaamt en verlegen te toonen,
dit alles heeft laten accompagneren, met [181b] quaadaardige dreijgementen en periculeuse brutaliteijten,
soodanig dat eijss. tot voorkominge van dangereuse gevolgen, genootsaakt is geworden, op den 15 october laastleden sig van hem te retireren, dat sij eijss. door tusschen spreken van vrinden, en raden, sig als doen wederom heeft laten permoveren op belofte nadat de ged. sijn schult en begane fauten hadde erkent van sig voortaan in alle ordentelijkheijt, als een man van eere, soo in opsigte van hemselve, als in opsigte van de eijss. te sullen gedragen,
omme de t'samenwooninge en t'samenlevinge met de ged. te hervatten, en dus tot hem weder te keeren, dog hoe seer die beloften en aannemingen daar waeren geschiet,
soo heeft de uijtkomst al wederom geleert,
dat sij eijss. in haar sinceer oogmerk door den ged. was misleijd, en bedrogen geworden, door dien hij ged. 't sedert dien tijd de eijss. met vilipendien [verachtingen], versmaedheden en kleijnagtingen soodanig heeft getracteert ende bejegent,
dat het selve voor geen vrouw te dulden ofte lijden is geweest, ome dusdanig te kunnen cohabiteren, sulx sij eijss. genecessiteert is geworden haar toevlugt te nemen tot ued.agtb. -
ende op haar serieus en waaragtigh te kennen geven, te versoeken veniam agendi tegens deselve haere man, op welk versoek alvorens finaal te disponeren, ued.agtb. hebben gelieven goet te vinden, nogmaels devia concordia te tenteren, -
[182a] ofte anders tot vermeijdinge van swaere proces en andere kosten een provisionele separatie van bed, tafel, goederen en bijwooninge te reguleren, -
welk een nog ander niet hebbende kunnen worden geschikt, -
is aande eijss. de versogte veniamagendi verleent geworden, -
mits welke en andere redenen en middelen ten processe nader te deduceren ofte te allegeren op gem. procureur in naem als boven, eijsch doende concludeert, dat de ged. bij vonnisse van desen ed.welagtb. geregte sal worden gecondemneert, omme met de eijss. te procederen tot schiftinge en scheijdinge van de goederen ten wedersijden ten huwelijk aengebragt, ende alsoo aan de eijss. te extraderen ende te laten volgen alle soodanige goederen soo meubile als immeubile, als sij eijss. ten huwelijk heeft aen en ingebragt, omme daar mede te mogen handelen, als vrije en eijgen goederen, sonder in 't een of ander de authoriteijt of magt van haer man onderworpen te zijn, ofte die benodigt te hebben, ende bij soo verre de revenuen van haar eijss. capitaal niet bevonden mogten worden sufficient, omme daaruijt voor de eijss. en haar driejarig kint, genaamt Thomas Landman, een ordentelijk onderhoud en bestaan te kunnen erlangen, hij ged. sal worden gecondemneert uijt de revenuen van sijn capitaal en de winsten van sijn negotie, 's jaerlijx tot supplement aan de eijss. soo veel te contribueren als ued.agtb.nae examinatie en bevind van saken sullen gelieven te arbitreren dat mede bij vonnisse [182b] als voren, de eijss. en ged. van den andere sullen worden gesepareert, quo ad mensam et thorum [van tafel en bed], dit alles egter bij provisie et sub spe neconciliationis, en dat gedurende dese separatie den een tot lasten van den andere geen schulden sal mogen maken, en die almakende, dat den een voor des andere schulden in geenen deelen aansprakelijk sal sijn, en dat daarvan sal worden gedaen publicatie en affixie in ordinaria forma, wijders bij provisie, dat de ged. sal worden gecondemneert, hangende dese proceduren, aan de eijss. en haer voorn. kint te geven behorlijke alimentatie, en uijttereijken de kosten nodig tot uijtvoeringe van desen processe, mitsgaders ilico aan haar eijss. te laten volgen alle haere klederen, van linden, en wolle, goud, silver, juweelen, en generalijk alles wat tot haar eijss. en voorn. haar kints lijve is behoorende, makende mede eijsch van kosten ofte tot alen andere &c. -
(was getekent)
C. Kaiser adv.
J.D.Roodt pr.

- - - - -

Aan de edele grot agtbare heeren schout, burgermeesteren en schepenen der stadt Hoorn -
Geven met behorlijk respect te kennen Marijtje en Antje Alders Sevenhuijs, volle moeijen van 's moeders sijde van Allart Lantman, wijnkoper alhier, dat als op den 6e november 1739 aan hem Lantman was geexploicteert seker appointement van comparitie van den ed.agtb. gereghte, ten selven dage verleent, op de reueste van sijn vrouw Anna de Roeper, daarbij versoekende tegens haar voorn'de man venia agendi hij Allart Lantman ten uijtersten is ontroert en ontstelt geworden, en wel te meer als hem Lantman, na voorsz. gehoudene comparitie, welke re infecta gescheijden was, voorgekomen is, dat de versoghte venia agendi op sijn vrouw sub en obrextieff? te kennen geven was verleent geworden, alsmede dat sijn vrouw haer met haar jongste kindt van hem dadelijk, eijgener aucthoriteijt, sonder eenig decreet van den reghter heeft gesepareert haar verblijff genomen hebbende bij eenen Marijtje Carels, en soo de spraek gaet, nu een huijs op de Italiaanse Zeedijk tot haar afgesonderde wooningh, heeft in gehuurt, en eijndelijk dat hij Lantman immediaat na het vertrek van sijn vrouw hem heeft bevonden te sijn ontbloot van veele sijne praetieuse meubile goederen van linnen, wolle, gout en silver mitsgaders porceleijnen van sijn ouders hem aanbestorven en bij hem aangekogt, ook van sijn gemunt gout en silver;
Dat gemelde Allart Lantman alle voorsz. saken soo sterk ter harte heeft genomen, dat hij althans sinneloos en buijten verstant is geraakt, in diervoegen dat hij door twee manspersoonen bewaert moet worden,sijnde hij mitsdien geheel onmagtigh sijn goederen te administreren, en sijn reght, het sij active, het sij passive tegen sijn voorn'de vrouw waartenemen, (en vermits voorn'de Lantman [183b] op saterdagh den 28 deses tegens heden door gemelde Anna de Roeper is gedagvaert, om ter rolle alhier eijsch te aanhooren), soo is't dat de suppl'ten haer tot uw ed.gr.agtb. keeren, reverentelijk versoekende, dat Gerrit Dijkterman [m.z. Dijterman], Johannes Edingh en Jan Hoek susterlingen [zusterskinderen, d.w.z. oomzeggers; AL had echter slechts een kinderloze zus] en dus naastbestaande vrienden van hem Lantman, mogen worden gestelt en gecommitteert tot curateuren over de persoon en goederen van deselve Lantman, en mits dien om sijn reght in alles waartenemen;
Eijndelijk mede Nicolaas Waardenburgh, als voor desen in huwelijk hebbende gehadt de suster van meergem. Lantman ter fine om de wijn en brandewijn negotie te administreren, sijnde alle voorsz. vier persoonen mede burgeren en inwoonderen binnen uw ed.gr.agtb. stadt; - (onderstond)
'T welk doende &c. (was getekent,)
Marijtje Allars Sevenhuijs, Antje Allars Sevenhuijs
(volgt apostil)

- - - - -

Burgermeesteren ende schepenen, (sijnde de heer hoogschout vermits in dispositie niet praesent) gesien de nevenstaande requeste, hebben bij provisie Gerrit Dijterman, Johannes Edingh, Jan Hoek, en Nicolaas Waardenburg bij de requeste gemeld gequalificeert omAllart Lantman te adsisteren en desselvs interest in alle voorvallende saken ten meesten nutte te bevorderen. - Actum den 30 november 1739.
(onderstond) in kennisse van mij (was getekent)
P.L. Velius

donderdag 22 november 2018

raadsel Ott-Stochius opgelost

familierelatie tussen halfwees Claasje Stochius en haar voogd Pieter Ott verklaard

Zie eerdere berichten hier, hier en hier.

Aaltje Jans en Pietertje Jans waren dochters van Trijn Claes Hoeckes en Jan (Sloos?), die samen met haar zus Brecht Claes Hoeckes eigenares was van het graf noordzijde 419 in de Grote Kerk te Hoorn (registratie 18-2-1623). Op 26-2-1707 werd vastgelegd dat het graf alsdan behoorde voor de ene helft aan Aafje Reijers (enige dochter van Aaltje Jans), en voor de wederhelft aan de kinderen van Marijtje Passchiers: Passchier, Jan en Pietertje Cornelisz 'Passchier' (i.e. Sloos).

-?-  -?- -?- -?- -?- -?- (mr.?) Reijer (Thijmonsz?/ Pil?)

Aeltje Jans

-?- -?-
dr. Johannes Olij
(geh. 1629?)

Aafje Reijers
(ovl. na 1707)

  ds. Cornelis Ens 
(?-1717)
geh. 1653 Hoorn

13) Aaltje Olij 
(?-1725)
geh. 1681 Hoorn

Ludovicus Ens (?-1753)
geh. 1713 Hoorn
Claasje Leenderts Broeck
Jan Cornelisse Kistemaecker
(?-1678)
 -?-  Passchier Pietertje Jans (Sloos?) Cornelis -?- Ysaack Abrams Seeuwens Jacomine Werbroeckx

Cornelis Jansz (Kistemaker/ de Wit)
(?-1699)

Marijtje Passchiers
(?-1703)

Reijnder Cornelisz (Tollinga)
(?-1721)
geh. 1637 Amsterdam

Jannetje Ysaacks (van Seeland) 
(?-1709)
geh. 1661 Hoorn

Jan Cornelisz (Sloos)
 (?-1722)
geh. 1676 Hoorn

Aaltje Reijnders (Tollinga) 
(1684-1734)
geh. 1705 Hoorn

Maritje Sloos (1715-1790)
geh. 1749 Hoorn

Pieter Ott

Ludovicus Ens en Claasje Broek (d.v. VOC schipper Leendert Claasz Broeck [1654-1709] en Aaltje Gerrits [1660-1734]) waren de ouders van Cornelia Ens [1718-1790], in 1754 gehuwd met Johannes Sochius [1729-1771] (z.v. Antonij Stochius [1705-?] en Rachel Petit [1701-1758]). Cornelia Ens en Johannes Stochius waren de ouders van Claasje Stochius [1756-1800], van wie Pieter Ott voogd werd, op verzoek van de weduwe Cornelia Ens.

In het aanvankelijke verzoek door Cornelia Ens (ORA 4645/ 3-6-1771, scan 208) stond Pieter Ott te boek als "neef van vaders zijde". Cornelia zal hebben bedoeld: (behuwd achter-achter-) neef van haarzelf via haar vaders zijde (Ludovicus Ens). In het latere verzoek om de tweede voogd (de dan overleden Leendert Son) te vervangen door Barend Brouwer wordt Pieter Ott vermeld als "neef van moeders zijde". Dit maal verwees moeders zijde naar de moeder van de halfwees Claasje: Cornelia Ens.

NB In het graf noordzijde 419 werd in 1734 nog een grootmoeder van Cornelia Ens begraven; niet Aaltje Olij (?-1725), geh. met Cornelis Ens, maar Aeltje Gerrits (1660-1734), de weduwe van VOC schipper Leendert Claasz Broeck (1654-1709). Dit graf was de sleutel tot de oplossing van het raadsel.

=======

Graflegger Grote Kerk noordzijde

Nombre 419// Trijn ende Brecht Claes Hoeckes met haer susters-kinderen/ [: tantezeggers]
ende Jacob en Aef Sasses, aengegeven op den 18 februarij/
anno 1623.//
Op den 26 febr(uarij) 1707 hebben Aefje Reijersz en Passchier Cornelisz gedaen blijcken dat dit graff/
althous in eijgendom was competerende voor de eene helfte aen Aefje Reijersz voorn(oemt),/
eenige dochter van Aeltje Jansz dochter van Trijn Claesz Hoeckesz voorn(oemt), ende voor de wederhelfte/
aen Passchier, Jan ende Pieterke Cornelisz Passchier, kinderen van Marijtie Passchiers/
eenige dochter van Pieterke Jansz die mede een dochter was van Trijn Claesz Hoeckes/
hier boven genoemt, zijnde Brecht Claesz Hoeckesz sonder nasaet overleden.//
(een briefje gegeven 20 jan(uari) 1731)

=============================== aantekeningen

NB:  
Pietertje Jans Sloos, (? d.v. Jan NN en Trijn Claes Hoeckes?);
geh. 1-7-1635 Zwaag, otr. 17-6 Hoorn (att. voor Zwaag; wed. Achterom aen de Roskam/ jm Nieuwe Noort bij de Nieuwe steegh) trouwboek Zwaag: "den 1. julij Jan Cornelisz van Hoorn ende Pietertje Jans Sloos weeduw mede Hoorn"
Jan Cornelisz
Kinderen:
  1. Corneles, ged. 1-1-1636 Hoorn (Jan Cornelijsz & Pietertijen Jans, op het Nieuwe Noort bij de Nieuw steegh) get. Aeltijen Jans
  2. Trijntije, ged. 11-6-1637 Hoorn (Jan Cornelesz & Pijetertijen Jans) get. Aeltijen Jans
  3. Jan, ged. 18-7-1638 Hoorn (Jan Cornelessen & Pieterjen Jans) get. Altijen Jans

- - - -

Reijer Thijmonsz;
geh. 16-4-1629 Hoorn, otr. 1-4 (jm Soutmerckt/ jd Vijzelstr beide afk Hrn)
Aeltjen Jans,
Kind (?):
  1. Tijmen Reijersz, ged. ?-11-1630 (moeder niet genoemd)

Mr. Reinier Pil;
geh. 6-4-1653 Hoorn, otr. 22-3 (wedr. Baanstraat afk Gorinchem/ jd achter de Vollerswaal) NB Aafje Reijers is bij haar huwelijk 14-9-1653 met Dr. Johannis Olij ook won. Baanstraat.
Annetje Jans,


Jan Reiersz; geh. 17-1-1655 Hoorn, otr. 2-1 (jm Baanstraat/ jd Nieuwland beide afk Hrn) Lijsbet Jans


- - -

N.v.t.:

Reijnier Berckhout;
geh. 20-10-1630 Hoorn ten huize van de bruid, otr. 6-10 (wedr. Ramen/ wed. Gerritslant beide afk. Hrn)
Aeltgen Jans Meerens (Beverwijck), (1605-1679) eerder gehuwd Dirck Sweers, d.v. Jan Martsz Merens [Enige correspondentie met betrekking tot hun overgang tot het Remonstrantse geloof. Hierbij een brief betreffende de afstamming van Reijnier Berckhout/ NH Archief Familie Merens te Hoorn inv.nr. 61 // NB in de inventaris niets gevonden over mog. zus Pietertje Jans of moeder Trijntje Claas Hoeckes// zie ook hier]

vrijdag 16 november 2018

Onderzoek herfst 2018


Enkele weken geleden ontdekte ik dat de vereniging Oud Hoorn een 'verborgen' database op internet heeft staan, waarmee gemakkelijker door de notariele archieven vanaf 1700 kan worden gezocht. Dit bestand is niet compleet, vaak zijn alleen de comparanten ingevoerd, soms ook requiranten. Toch is het een handig hulpmiddel.
Al snel kon ik een paar akten vinden waarin Ott of Sloos voorkwam, die ik nog niet kende. Daarna zocht ik op namen waarvan ik wist of vermoedde dat het bekenden waren geweest van de achttiende eeuwse familie Ott, waaronder het echtpaar Landman-de Roeper. Ik vond het drama rondom hun tijdelijke scheiding, en de getuigenverklaring waarin Ignatius Ott werd genoemd als ruijter in de compagnie Van Dorp (en dus daarvoor in de lijfcompagnie Drimborn) en knegt van de wijnkoper Aldert Lantman.
Sindsdien laat de gedachte me niet los, dat er nog veel meer te vinden zal zijn, niet alleen over de oudst bekende voorouders Ott, maar ook over het leven in Hoorn in de tijd dat ze er leefden. Ik ben meer gewend geraakt aan het zoeken in de notariele archieven op de webite van het Westfries Archief. De meeste akten bevatten weinig relevante informatie, m.n. obligaties, transporten, procuraties, testamenten, huwelijkse voorwaarden. Dit zijn meestal standaardteksten. Het meest interessant zijn de attesten/ attestaties of getuigenverklaringen.
Ik heb een overzicht gemaakt van de notarissen die tussen 1732 en 1752, de tijd tussen het eerste levensteken (de doop van Ignatius jr) en het overlijden van Ignatius sr., in Hoorn actief waren. Van deze notarissen legden er een paar registers aan waarin per acte niet alleen comparanten en datum (of aktenummer) werden vermeld, maar ook wat voor akte het betreft. Hiermee kon een lange lijst van attesten worden samengesteld die ik steekproefsgewijs en systematisch wil gaan opzoeken en lezen.

Daarnaast plan ik een bezoek aan het archief in Hoorn om bronnen te raadplegen die niet op internet staan, met name:
  • boek notulen e.d. kleermakersgilde (fotograferen?)