woensdag 9 september 2015

Brieven over de familie Ott (1946)

Uit de collectie brieven (totaal: 174 incl. postkaarten) aan Alewijn Roozendaal (zie ook hier).
#20 (6-3-1946, Heiloo) afz. Jeltje Mossel-Klomp (d.v. Sijtje Ott, 1850-1829)

"Maar in ieder geval waren het
onafhankelijke typen. En geen slaven."

#25 (14-5-1946, Erskine, Minnesota, VS) afz. Jacob Reek & Grietje Ott (1870-?)

"Mijn vader heeft vaak verteld dat zijn grandvader P. Ott
was een kleerenmaker and was van Duitschland."

#31 (5-9-1946, Zaandam) afz. Neeltje Boon-Ott (1878-1951)

"En toch word je door iemand, die je voor 't eerst ziet
voor 'n Ott versleten. 't Moet toch zeker ergens in zitten."

<<Ook mijn moeder heeft mij over die "millioenenkwestie" gesproken. Maar zij vertelde mij, dat een advocaat uit Alkmaar Mr Cohen Stuart in gezelschap van den vader van Joris Ott, onderwijzer te Alkmaar, een neef van mijn moeder naar Weenen waren geweest, maar dat een Oostenrijkse gravin met de duiten was gaan strijken, waarvoor ze 1 1/2 jaar in de gevangenis gezeten had.>>
<<Ik zou wel eens willen weten, om welke redenen die "Otten" indertijd uit het zuiden naar ons land vertrokken zijn. Misschien om geloofsredenen, want ik heb wel de indruk, dat zij helemaal niet kerkelijk aangelegd waren.>>
<<Ik solliciteerde in het jaar 1905 naar een betreking als onderwijzeres in de gemeente Twisk waar ik niemand kende en ook nooit geweest was. Mij op weg naar het dorp bevindende, ontmoette ik een eenvoudig uitziend mens met klompen, naar ik meen, aan z’n voeten. Ik vroeg hem: "Mijnheer, kunt u mij ook zeggen, waar de burgemeester woont?" Nadat hij een ogenblik was blijven stilstaan en mij van top tot teen opgenomen had, zei hij: "Dat ben ik zelf!" Waarop ik onmiddelijk liet volgen: "Wel, dat zal ik treffen!" Iets moet hem daarbij zeer getroffen hebben, want nadat hij mij van terzijde nog eens nauwkeurig opgenomen had viel hij plotseling uit: "Ben jij geen Ott?" ...>>
<<... Ik, ten zeerste verwonderd, antwoordde: "Wel nee, ik heet Mej. Klomp. Nou ja, m’n moeder heet Ott! Ik solliciteer naar de betrekking als onderwijzeres in uwe gemeente!" "Als je dan maar niet zo’n driftkop ben, als die Ott, die hier woont," voegde hij me toen toe. Ik stond een ogenblik toch gek te kijken. Ik ben niet in Twisk benoemd geworden, kwam zelfs niet eens op de voordracht... Van mijn tante Geert hoorde ik later dat die burgemeester 'een fijne' altijd overhoop lag met die Otten in Twisk.>>
<<Grootvader stierf toen m'n moeder 7 jaar oud was, dus in 1857. Ook hij dreef handel op Londen meen ik.>>
    

 

<<p/s Ik ben ook nog als tijd. onderwijzeres werkzaam geweest te Venhuizen van 15 Juli 1905 - 15 Oct 1905, waar een neef van mijn moeder hoofd der school was. Zijn broer, dus ook een neef van mijn moeder, was hoofd der school in de Beemster. Het hoofd in Venhuizen heette Elias Ott. Hij had weer een zoon, die onderwijzer in Haarlem was en een dochter, die onderwijzeres was in Hem. U ziet, dat er nog al wat schoolfrikken en ... slagers in onze familie zijn geweest, he! Zou daar soms ook verband in bestaan? Men kan nooit weten. Maar in ieder geval waren het onafhankelijke typen. En geen slaven.>>
<<Mijn vader [Jan Ott, 1843-1859] heeft vaak verteld dat zijn grandvader P. Ott was een kleerenmaker and was van Duitschland.>> Dit moet zijn: "zijn bet-overgrootvader"

<<Er schijnt nog zoo'n sterke uiterlijke familietrek te bestaan. "Je kunt wel zien dat 't 'n Ottje is" Daar deed ik als meisje 's 'n aardige ervaring mee op. 'k Geloof dat ik een jaar of 14 was. 'k Stond een keer in 'n winkel te Purmerend. Daar kwam 'n man van middelbaren leeftijd binnen.Na mij een poosje te hebben aangezien zegt hij: "wedden dat je net zoo heet als ik? Je bent toch zeker een Ottje?" Dat zou nou zooveel bijzonders niet geweest zijn, als ik op m'n vader had geleken. Maar onze dominee placht te zeggen: "of je nou Neeltje ziet of haar moeder, dat 's 't zelfde." En toch word je door iemand, die je voor 't eerst ziet voor 'n Ott versleten. 't Moet toch zeker ergens in zitten. De bewuste vrager scheen Sijmen Ott uit Oosthuizen te zijn.>> [vermoedelijk Simon Ott, 1837-1913]
 

maandag 7 september 2015

fam. Ott - div. scans - foto's e.d.

Klik op afbeeldingen voor grotere weergave.
Zie ook meer scans van originelen hier
(foto's toegevoegd 31.8.2016)
 
"1803 - Pieter Ott JZoon - Out 17 Jaar" (generatie 4)

"1809 Door Trijntje Ott - Oud 11 Jaar" (gen. 4) door haar vader Jan Ott (1758-1810)



graf van Trijntje Ott (1798-1870; generatie 4) te Spanbroek


Joris Ott Pz. (1829-1892) te Koedijk (gen. 5) - hij deed familieonderzoek en maakte de 'erfenisreizen' naar Wenen
Dirkje Peetoom geh. met Alewijn Ott

Jan Ott (R) en wellicht Elias Ott, zoons van Ott-Peetoom, t.g.v. reis naar Amerika

vermoedelijk Jan Ott (1865-1948) - hij ging als koeknecht mee met Amerikaanse veehandelaren - opdruk achterkant: "Colorado views - C.W. Erdlen, photographer, Buena Vista, Colo." (gen. 6)

klas van meester Ott (Elias, 1848-1919, gen. 6) te Venhuizen - meisje linksvooraan is Dirkje Ott (1894-1972, gen. 7)

idem klas mr. Ott - meisje 2e rij van onder, rechts is eveneens Dirkje Ott, als hierboven - opschrift achterkant: "J. Dwinger, photograaf. Grachtswal 9, Leeuwarden."

klas te ? - jongen staand, links vooraan is Jan Ott (1903-1965, broer van Dirkje hierboven)

klas te Wognum - jongen staand links is Alewijn Ott (1910-1980, broer van Jan en Dirkje hierboven)

familie Pieter Ott & Maria Elisabeth Berkhout te Oosterblokker (VI.19)

Maria Elisabeth Ott-Berkhout (1856-1920)
Jan en Dirkje Ott / Elias en (wellicht) Dirk Ott, kinderen v. Ott-Berkhout

Maria Elisabeth (Marietje) Ott (1899-1901) verdronken in regenton, d.v. Ott-Berkhout

Cornelis Pool en Jantje Ott
Jantje Ott

Cornelis Pool (1856-1927) en Jantje Pool-Ott (1860-1932)


familie Alewijn Ott & Lijsbeth Kos te (hier:) Wognum (VI.22)

familie Alewijn Ott & Bregje Jantje Donker te Hoorn

uit: Bos' Tweede Teekenatlas (Europa en de Werelddeelen) in 23 gekleurde kaarten, door R. Bos, Hoofd eener School te Groningen - Vijfde, herziene en vermeerderde druk. (1903, Prijs 35 cent)

idem

zondag 6 september 2015

"De Familie Ott" (1945-1953) door Alewijn Roozendaal

Alewijn Roozendaal (1893-1972), zoon van Aafje Ott en Klaas Roozendaal, verzamelde waardevolle informatie over de familie Ott (incl. nakomelingen van vrouwelijke Otten) en publiceerde deze in de vorm van een familieblad. Zijn oom Joris Ott (1829-1892) deed al onderzoek i.v.m. de miljoenenerfenis van ene Martin Ott in Wenen. Zie hierover elders.

Naast genealogische overzichten vermelde Alewijn Roozendaal ook verhalen (zie ook elders op deze blog) en andere wetenswaardigheden. NB er komen ook de onvermijdelijke fouten in voor, die in mijn latere versies verbeterd zijn.

Hieronder volgen de scans van de 11 nummers van "De Familie Ott", uitgegeven door Alewijn Roozendaal tussen 1945 en 1953, gefinancierd door de abonnees.

Overzicht:
No. 1 - maart 1945: Ott-Sloos t/m Ott-Peetoom; Aafje Ott x Roozendaal
No. 2 - augustus 1945: Jan Ott x Clomp; Pieter Ott x Berkhout
No.  3 - januari 1946: Jantje Ott x Pool
No. 4 - juni 1946: afst. Maritje Sloos; Jantje Ott x Pool; Alewijn Ott x Peetoom
No. 5 - december 1946: afst. Maartje Clomp; Jan Ott x Bonnet
No. 6 - april 1947: Jan Ott x Bonnet
No. 7 - october 1947: Elias Ott x Hoogendijk / Weeshof; Dirk Ott x Breebaard
No. 8 - juni 1948: Sijtje Ott x Klomp; Teunis Ott x Vries
No. 9 - januari 1950: Joris Ott x Strooker / Grotewaal; Alewijn Ott x Strijder / Eriks
No. 10 - december 1950: Joris Ott x Binnenwijzend; Trijntje Ott x Koelemey
No. 11 - october 1953: Joris Ott x Binnenwijzend; Dirk Ott x Hellings; Aafje Ott x Breebaard
Een Uitgebreide Westfriese Familie en De Stamboom van de Familie Ott, twee teksten geschreven voor het Westfries Genootschap naar aanleiding van de (voorlopige) afsluiting van het projekt.

Klik op de afbeeldingen voor een grotere weergave.