zaterdag 29 november 2025

brief 1947 van Jan Ott aan Alewijn Roozendaal

[Jan Ott aan volle neef Alewijn Roozendaal te Amersfoort, zoon van zuster van vader]

Soerabaja, 31 Maart 1947.(1)

Beste Alewijn,

Een paar dagen geleden ontvingen wij een aantal exemplaren, betreffende de familie Ott, waarvoor wij je zeer dankbaar zijn. Ik had reeds van mijn broer Alewijn vernomen dat je bezig was met het verzamelen van gegevens om een stamboom in elkaar te draaien.

Ik zal maar direct beginnen met een paar gegevens over ons, mijn ouders en naaste familie.

Ik ben 7 Maart 1928 te Soerabaja met Erna Stuur, geboren 30 Juli 1908. Een trouwboekje wordt in Indië niet gebruikt, trouwens bij ons was het toch van minder belang, omdat wij geen kinderen hebben.

Momenteel ben ik werkloos, een gevolg van die ellendige oorlog. In 1940 werd ik door de Directie van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij ontslagen. Mijn laatste beroep was Agent. Ik ben in het bezit van het diploma 1en Stuurman Groote Stoomvaart, maar ik vaar niet meer sinds 1932. Er bestaat groote kans dat ik dit jaar naar mijn vaderland terugkeer en dan voor goed.

Het is momenteel niet mogelijk om geld naar Holland te zenden, maar toch zal ik probeeren mijn bijdrage met een kennis mede te geven. Ik wil natuurlijk niet achterblijven, want ik was ook reeds lang van plan om iets dergelijks op touw te zetten. Daarover straks meer.

Mijn vader trouwde voor de eerste maal ddo 7.V.1891 en voor de tweede maal ddo 20.X.1932.

Mijn oudste zuster trouwde ddo 25.IX.1912 en haar dochter werd te Hoorn geboren. Pieter Walstra werd in 1937 geboren, trouwens ik vermoed dat alle familieleden wel eenige verbeteringen en aanvullingen zullen doorgeven bij ontvangst van het familieregister. Sijtje Leeuwrik heeft [bl. 2] reeds twee kinderen.(2)

Tot mijn spijt heb ik bladzijden 3 en 4 niet ontvangen, waarin vermoedelijk gegevens over tante Aafje en de promotor van dit alles. Met een eventuele volgende zending zou ik de ontbrekende geroneografeerde vellen gaarne aantreffen.(3)

Toen ik in 1923 geplaatst was aan boord van het s.s. “Oostkerk” als stuurmansleerling, hadden wij op het traject Manilla-Hongkong een passagier genaamd Richard Ott, een Zwitser. Ik maakte met hem een praatje en toen hij vernam dat mijn naam ook Ott was, had hij direct veel belangstelling in mijn afkomst. Ik wist niet beter of mijn familie woonde in Holland, maar van hem hoorde ik dat hij een stamboom had vanaf 1400 en dat verscheidene takken naar het buitenland waren gereisd. Nu is het een feit dat in Duitschland ook vele Otten wonen. De vroegere ambassadeur in Japan, heete Ott en had Fransche voornamen. In 1938 was ik in Duitschland in een klein plaatsje Egeln, iets bezuiden Maagdenburg en daar woonde een slager Ott. Van Richard Ott hoorde ik dat in Zwitserland, Zürich en vele andere plaatsen onze naam veel voorkomt. Hij was echter niet verder gekomen dan 1400 en in het stadje Schaffhausen.

De naam Alewijn zou inderdaad aanwijzingen kunnen geven dat wij ook van Zwitserland komen (Alwin). Dan wordt onze naam met een dubbele T geschreven, ook geen Nederlandsch. Ik heb al eens geïnformeerd bij een Zwitser wat de naam Ott beteekent, maar deze mijnheer Knaus kon mij daarvan geen uitleg geven. Wel bevestigde hij dat Ott een veel voorkomende naam was in zijn land.

Naar aanleiding van het bovenstaande, Alewijn, vermoed ik dat het onderzoek naar de oudste Otten tenslotte ook in Zwitserland moet worden uitgeknobbeld.

In 1936, wonende te Batavia Centrum heeft mijn vrouw eens bezoek gehad van een gemeente-ambtenaar en die vertelde dat hij eindelijk bij een naamgenoot was gekomen. Het was een donkere man, een Indo-Europeaan. Hieruit volgt [bl. 3] dat vroeger ook Otten naar Indië zijn gegaan misschien als opvarenden van de schepen van de Oost-Indische Compagnie of later als zogenaamde koloniaal naar dit land zijn gegaan. Ik weet dat vele West Friezen in Indië zijn achtergebleven – gestorven. Ik heb graven gezien in Ambon, op het eiland Neira, van menschen met namen die in den omtrek van Hoorn zeer bekend zijn.

Te Semarang was destijds een autohandel van een zekere Ott, ook een Indische familie. Als de toestand hier normaal was, zou ik een adresboek kunnen opslaan en verder navraag kunnen doen naar hun afstamming.

Tot mijn verbazing las ik in de 5de aflevering dat mijn naamgenoot in 1911 te Soerabaja is geboren, ook een volbloed.(4)

Nu Alewijn ik zal nu eindigen met mijn gegevens. Tot mijn spijt kan ik niet behulpzaam zijn met het verzamelen van verdere gegevens.

Ik hoop dat je verder veel succes mag hebben en dat wij nog zoo ver komen dat wij op een familiewapen kunnen bogen. Nogmaals als de archieven bewaard zijn gebleven, weet ik wel zeker dat wij oorspronkelijk geen Hollanders zijn.

Alewijn ontvangt onze hartelijke groeten, een volgende keer zal ik nog eens wat over ons vertellen, uit het land Indonesië. Als je misschien nog iets vragen wilt, ik houd me steeds gereed. Doe ook tante Aafje onze hartelijke groeten en zeg haar dat wij de deken, welke wij destijds bij haar in de manufacturen winkel kochten nog steeds in ons bezit is.

Nogmaals de groeten van je neef en nicht

[w.g.] Jan Ott & Erna Stuur

  1. AR met potlood: ontvangen 11 Apr., beantw. 18 Mei.
  2. Dochter van andere zuster.
  3. Roneograferen is een verouderde term voor het dupliceren van documenten met behulp van een stencilmachine.
  4. Woord door AR met potlood onderstreept.

vrijdag 28 november 2025

Aantekeningen Ott, 14e — 16e eeuw

(genoteerd  ±1989?) Adellijke takken:

Ott: Nürnberg 14e eeuw

Hans Ott, Kathaun, Tirol ±1425 (2 leeuwen, 2 ridders)

Hans Ott, Regensburg (Bayern) 2-7-1471 (keizer Frederich III)

(von) Ott: Zürich (o.a. Georg von Ott, Luzern 1490; Kilian von Ott 1489; Hans Heinrich von Ott 1761)

Hans Ott, Augsburg 8-3-1548 (keizer Karel V)

... Ott sr. (kaartenmaker), overl. 23-8-1557 Nürnberg 

Leonhard OttNürnberg 1568 (keizer Maximiliaan II) → zoon Nicholas Ott (Nürnberg 1678)

Christopher Ott, Praag 8-5-1571 (Roomse Rijk, keizer Maximiliaan II)

Ridders Ott zu Pierbaum und Kleedorf: zuid-Oostenrijk. O.a. Thomas Ott, ovl. vóór 1578; Frederich Ott, leefde in 1615; Otto Thomas Ott, leefde in 1652.

Philip Ott (noord-Hongarije), ovl. 1589: nageslacht in centraal-Europa

Ridders Ott von Los (Bohemen), verloren alles in 30-jarige oorlog (1618–1648), gaven adelstand op of verkochten die en trokken rest van Europa in.

= = = nu aangevuld:

Zie ook link 1 (fam. Ott uit omg. Offenburg, 45 auto-minuten ten Z-O van Strassbourg); link 2; link 3 (!); link 4.

  • Heinrich Ott, killed at Sempach, 1388
  • Ulrich Ott, killed at Nefels, 1388
  • Rudolph Ott of Galrus, assassinated in 1388
(identification nrs. in achief mormonen P392229: 35 t/m 37)

“In the town register of Zurich, of 1895, it is stated, however, that Felix was probably descended from Konrad Ott, who was living at Aurich in 1303.”

I. Felix Ott (z.v. Jean Ott, Zürich), geb. 1398 en ovl. 1444 te Z.; geh. NN; twee zoons bekend:

  1. Kilian Ott, geb. 1434 Z., ovl 1500 → II.
  2. Rudolph Ott, ovl. 1476.
Felix Ott
Kilian Ott
(meer gravures in Icones Ottiorum)

II. Kilian Ott, (na zijn vaders dood werd hij geadopteerd en opgevoed door Baroness Anne de Heuven of the Nobel chapter of Notre Dame) schilder;
geh. Margerite Weiss; twee zoons bekend:
  1. Hermann Ott 1470-1523 → IIIa.
  2. Jean Ott ?-? → IIIb.

IIIa. Hermann Ott, 1470-1523; geh. Ursula Wegmann; vier zoons bekend:

  1. Felix Ott 1490-1538 of 1558 (geb. en ovl. in Zwitserland); geh. (1) Elizabeth Fussli; → Felix Ott (1527-?)
  2. Beatrice Ott; geh. NN Meyer
  3. Nicholas Ott; geh. NN Burer
  4. Catharine Ott; geh. NN Schwingen
IIIb. Jean Ott, geb. Z.; geh. Jeanne Schaffhausen; (2 zoons vóór 1558)
  1. George Ott 1547-1611
(zie meer onder link 3)

= = =

Das alte Zürich historisch-topographisch dargestellt. Oder eine Wanderung durch dasselbe im Jahr 1504Salomon Vögelin, Zürich, 1829

[S.261]
das Müllnersche Haus sammt dem Thurme von Gottfried Müllners Kindern im Jahr 1390 erkaufte, war Conrad Einsiedler, der es dann im Jahr 1406 dem Wirthe Hans Brunner zu kaufen gab, von welchem es zum ersten Mahle zu einem Wirthshause ist bestimmt und als solches benutzt worden. ... worauf es dann im siebenzehnten und achtzehnten Jahrhundert von der Familie Ott beworben wurde.

[S.268]
Schon im Jahr 1461 aber war es eine Färberwohnung, welche dann im Jahr 1463 Kilian Ott der Färber, Stammvater der meisten Zweige des Ottischen Geschlechtes, um 73 Gulden Rheinisch erkaufte, bey dessen Nachkommen sie bis in's siebenzehnte Jahrhundert blieb, und bis tief in's achtzehnte hinein noch als Farbhaus beworben wurde.

[S.278]
Ueberhaupt befanden sich zur Zeit der Reformation beym Frauenmünster nicht weniger als zwölf Altäre, worunter auch der sogenannte Otten d.i. der von Hermann Ott dem Färber auf dem Münsierhof um das Jahr 1515 gestiftete, bey der Reformation aber aus der Kirche von ihm nach Hause genommene Altar, dessen Tafel der Mahler Hans Leu verfertigt hatte.

= = =


G 02.04/A-0046
1389 - 1788 VI 5
Genealogisches Register der Familie Ott
1 Buch (paginiert von 1-67 und anschliessend 1-32) um 1800