maandag 1 juli 2013

1760 Mei 25 getuige crediteuren Gras-Ott

N.A. HOORN 2424 (Jacob van Beek) 25-5-1760

Op desen 25e Maij 1760,
compareerden voor mij Jacob van Beek openbaar notaris bij den Hove van Holland geadmitteerd, binnen de stad Hoorn residerende ende de nagenoemde getuijgen, Trijntje Jacobs de Boer, oud 24 jaren, wonende te Edam, althans zijnde binnen deze stad, welke comparante verklaarde ter requisitie van D E E Jeuriaen Otto Versmis, Martinus Groot, cooplieden in wijnen binnen deze stad, en de verdere zich partij stellende crediteuren van Simon Gras en desselfs huijsvrouw Anna Maria Ott, impetranten van opene mandamente van cessie van den Hogen Rade in Holland geimpetreert, den 16 april dezes jaars 1760, en eijssers zo op de provisie, als ten principale ten interinemente van voorsz brieve van cessie, hoe waar is;

dat zij comparante zich voor dienstmaagd, in de zomer van den jare 1759, heeft verhuurt bij voornoemde Simon Gras en Anna Maria Ott; (p. 2) diestijds hospes en hospita in de herberge genaamt de Vergulde Jaagschuijt, binnen deze stad, in welke huure zij comparante getrede is den 25 julij, oftewel st: Jacobsdag van voorsz jare, en daarinne gecontinueert tot in 't laast van februarij dezes jaars, dat zij comparante in de maanden januarij en februarij 1760, diverse malen, zo op ordre van Simon Gras, als van voornoemde zijn huijsvrouw, verscheijde meubile goederen, gepakt in mantjes, zo bij dag, bij avond, als bij nagt uijt voorsz huijs heeft weggedragen ten huijse van Pieter Ott‚ broeder van voornoemde Anna Maria Ott, kleermaker wonende alhier in de Ramen, bij (..?) weduwe Ott, wonende op 't agterom ende bij Willem, ofwel Annatje van wijk, wonende in de Lantaarn op 't smerighorn over de deur sonder dat zij comparante echter kan verklaren wat goederen in de mande gepakt zijn geweest, maar wel, dat dezelve van een goede swaarte waren.
Sijnde voornoemde moeder van Anna Maria Ott (p. 3) gedurende voorsz twee maanden, bij continuatie in en over 't huijs van Simon Gras en desselfs huijsvrouw geweest, welke ook zomwijle voorsz manden met goederen heeft helpen dragen.

Wijders verklaarde zij deposanten, dat zij op zekere sondag nademiddag, op order als voren, uijt 't huijs van Cornelis Gras, broeder van opgem: Simon Gras wonende bij de Rustbrugge buijten de noorderpoort, van ouds genoemt 't houte Huijsje, een stapel porcelijne schotels in hoij gepakt, heeft gebragt ten huijse van hem Simon Gras, bevorens volgens 't segge van Anna Maria Ott, gestaan hebbende in de porceleijnkas op 't ke1derkamertje, dog welke gedurende haar deposantes inwoninge, ten voorst huijse, niet in voorst glasekas zijn geplaast geworden.

Eijndigende hiermede haar deposante verklaringe, gevende voor redenen van wetenschap al 't gene voorsr is, in eijgene perzoon te hebben gedaan, verrigt en ondervonden, (p. 4) als in den text, bereijt en daartoe verzogt zijnde, deze ten allen tijden nader gestand te doen.

Aldus gepasseert ter presentie van Simon Klaasz Swart en Jacob SĂ­monsz Swart als versogte getuijgen.

dit merk + stelde Trijntje Jacobs de Boer
Simon Claasz Swart
Jacob Swart
Mij present J. v. Beek notaris






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen