zondag 30 juni 2013

1752 April 24 'Ingenasius Otto de ijonge'

Notarieel archief Hoorn 2421 JACOB VAN BEEK 24-4-1752

Op desen 24e April 1752
Compareerden voor mij Jacob van Beek openbaar Notaris bij den Hove van Holland geadmitteerd‚ binnen de stad Hoorn residerende ende de nagenoemde getuijgen:

Ignatius Otto de jonge wonende binnen dese stad, in den jare 1749 in dienste van de Oostindische Compagnie ter alhier, met het schip 't wapen van Hoorn‚ als derde meester uijtgevaren na oostindiĆ«n, ende met het selve schip in desen lopende jare thuijs gekomen:
staande den comparant nu wederom op zijn vertrek, als tweede meester, in dienste van de oostindische compagnie ter camer voorn., met het schip Stralen na oostindien.
Zijnde den comparant (voor zo veel des noods) geadsisteert met zijn vader en moeder Ignatius Otto, ende Maritje Cornelis beijde alhier:

ende verklaarde also bij dese te constitueren ende volmagtigh te maken zijn broeder Petrus Otto, mede alhier wonagtig, omme gedurenden zijn comparants absentie, ofte uijtlandigheijt, van de Edele Heeren Bewinthebberen van de oostindische compagnie ter camer Hoorn, ofte haar Ed: ordre, te versoeken vorderen en ontfangen elle zijne te goed hebbende en te goed krijgende gelden, volgens de soldijboeken of andere bescheijden, reets onder gemelde Heeren berustende ofte nog overtekomen; alsmede, van de Edele Heeren Bewinthebberen van de oostindische compagnie, ter camer Amsterdam, ofte haer Ed ordre: te versoeken vorderen, ende ontfangen alle zodanige maand gelden hem comparant competerende als eenige geinstitueerde erfgenaam van wijlen Ernst Hendrik Sijst, ondermeester op 't oostindische compagnieschip 't Wapen van Hoorn voorn:, blijkens desselfs dispositie Testamenteir, gepasseert binnen boort, voor Jacobus Greve‚ schipper op voorsh. schip ten overstaan ende ter presentie van den Bootsman Jan Evertsz en den constapel Willem Rolster als getuijgen in dato den 30 november 1751 (mij Notaris in originalie vertoond.) over zulx zo in 't een als ander voors[chre]ven geval, van den ontfangst quitantien passeren, de vereijscht wordende cautien te prosteren, ende voor namaningen in te staan, mitsgaders alles meerder te doen ende verrigten 't gunt sal worden vereijscht, en den comparant selfs present zijnde, zoude kunnen, moeten, en behoren te doen; belovende voor goet vast ende van waarden te zullen houden, wes uijt kragte deses door den geconstitueerde zal worden gedaan ende verrigt alles met magt van substitutie; onder verband en submissie als naar Regten.

Gedaan in Hoorn present Pieter Broekhuijsen chirurgijn en Jacob Mullers Backer beijde alhier als versogte getuijgen
Ingenasius otto de ijonge
Pieter Broeckhuijsen
Ignatius Otto
dit merk X stelde Maritje Cornelis
Jacob mullers
Mij present J v. Beek notaris






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen