maandag 19 augustus 2013

1783 juni 11 testament Ott-Clomp

Notarieel Archief Hoorn 2617 Sijbrand Pereboom 11-6—1783

(p.1)
N 546 / 3 gld
de testateuren verklaarden tot geen f4000 gegoed te zijn.

In den name des Heere Amen.

Bij desen sij kennelijk, dat in den jare 1783 op den 11 juny, s'namiddags de klokke drie uuren, compareerden voor mij Sijbrand Pereboom, openbaar notaris, bij den Edele Hove van Holland geadmitteert, binnen Hoorn residerende, in presentie van de nabes: getuygen

(p.2)
Jan Ott, en Maritje Klomp, egtelieden te Wognum, dog thans zig bevindende hier, ter steeds, beyde gesond van lighaem en met goed verstand, mij notaris en getuygen bekend.

dewelke verklaarden uyt overdenkinge van de sekerheyd des doods, en de onsekere uure van dien, genegen te zijn, omme van haere tijdelijke na te latene goederen te disponeren, nae dat zij dan haere zielen hadden gerecommandeert in de genade Gods, en haere doode lighaemen een eerlijke begravinge;
soo verklaarden de comparanten om goede ende ernstige redenen haar gemoed daartoe bewegende en sonder misleydinge van iemand, dat haarlieder uyterste of laaste wille was begrepen in 't gunt volgt.

Alvorens ter dispositie te komen, soo verklaarden de comparanten te revoceren, casseren, dood ende teniet te doen alle voorgaande testamenten, codicillen en andere soorten van uyterste willens dispositien, waar en voor wien deselven, t zij te samen, ofte afsonderlijk mogte zijn gemaakt en gepasseert, als niet willende dat daarop eenig reguard sal worden geslagen, maar dat dezen alleen sal worden agtervolgt ende nagekomen.

Waarop dan komende op nieuws ter dispositie soo verklaarden de testateuren indien dit haar huwelijk door de dood ontbonden word sonder nalatinge van kind ofte kinderen, (p.3) uyt het selve verwekt, malkander over en weder over, ende sulks de eerststervende de langstlevende van haar beyde te nomineren en te institueren tot sijn ofte haar eenige en universele erfgenaem ofte erfgenaeme, in al 't gunt de eerststervende met er dood sal komen te ontruymen ende na te laten, niets daar van uytgesondert‚ en dat met volkomen regt van erfgenaamstellinge en uytsluyting van alle anderen.

En in gevalle der testareuren respective ouders, ofte eene van dien, als dan in leven mogte worden bevonden, soo verklaarden zij deselve in die gevallen, ieder ten haere opsigte, te stellen tot mede erfgenaem ofte erfgenaemen in de naakte en bloote legitima portie, ouders nae scherpheyd van regten competerende sonder meer.

Dog dit huwelijk door de dood ontbonden wordende, met nalatinge van kind ofte kinderen uyt het selve verwekt, soo verklaarden de testateuren, dat haere kind ofte kinderen, wel sullen sijn ofte wesen haere erfgenaam ofte erfgenaemen, gelijk sulx van natuure en volgens het landregt behoort; dog egter met dien verstande, expresse wil ende begeerte, dat de langstlevende der testateuren den gantsche boedel en nalatenschap van de eerststervende [in marge:] tot het hertrouwen toe, sal blijven besitten, behouden en hebben even en in dier voegen, als of het huwelijk (p.4) door de dood niet ontbonden was, met magt omme te kopen, verkopen, belasten en beswaren ende daarmede te mogen doen en handelen nae sijn ofte haar welgevallen sonder tegenseggen van iemand; oversulks de eerststervende de langstlevende van haar beyde stellende tot boedelhouder ofte boedelhoudster hem of haar daarinne instituerende bij dezen, sonder
dat de langstlevende der testateuren zal mogen werden gevergt het maken van staat en inventaris, het stellen van cautie voor eenig overschot; alsoo de langstlevende alles sal mogen consumeren en verteeren, zullende de langstlevende alleen kunnen en mogen volstaan, omme aan haare kind ofte kinderen op hunne mondige dagen, huwelijken of andere geapprobeerde staate soodanige uytstellinge te geven, als de langstlevende in gemoede sal oordeelen te behoren, alsoo de eerststervende de langstlevende al het geene voorsr staat volkomen is toevertrouwende.

En in cas van hertrouwen van de langstlevende der testateuren, soo verklaarden sij te willen en te begeeren, dat de langstlevende aan haere kind ofte kinderen, in voldoeninge van haar vaders of moeders erff sal adsigneren en bewijsen de helfte haarer boedel en nalatenschap, en wel soodanig als dezelve als dan zal worden bevonden te importeren.

Dog ingevalle onverhooptelijk haare kind ofte kinderen sig tegens deze dispositie (p.5) mogte komen te opposeren, ofte de langstlevende quam of quamen te querelleren, soo stellen sij soodanige kind ofte kinderen in de bloote en naakte legitima portie, kinderen nae scherpheyd van regten competerende, en de langstlevende der testateuren in t overige en verdere tot sijn ofte haar eenige en universele erfgenaem ofte erfgenaeme.

Wijders verklaarden de testateuren de eerststervende de langstlevende van haar beyde, te stellen tot voogd ofte voogdesse over haere kind ofte kinderen, met soodanige ampele last, magt en authoriteyt, als aan voogden nae regten kan worden verleent en gegeven, als mede met magt van adsumptie en surrogatie en met uytsluytinge van den E weeskamer, geregt en alle anderen, die ampts ofte bloedshalven haar het bewind, directie en administratie soude willen of kunnen aanmatigen behoudens een ieders respect.

Voords verklaarden de testateuren de doode van de langstlevende, indien deselve sonder kind of kinderen na te laten komt te overlijden, te willen en te begeeren, dat haere na te latene goederen, geene uytgesondert‚ ofte die er als dan nog overig zullen worden bevonden, sullen moeten gaan en devolveren voor de eene helfte aen de zijde van den testateur, en voor de wederhelfte aan de zijde (p.6) van de testatrice, volgens de successie ab intestato alhier gebruykelijk dezelven daarinne tot erfgenaemen instituerende ofte wel substituerende bij dezen.

Eyndelijk verklaarden de testateuren soo te zamen als ieder in t bijsonder aan sig te reserveren de magt en faculteyt, omme bij geschrifte onder de hand ofte voor noteris en getuygen, deze dispositie te veranderen, vermeerderen ofte verminderen, legaten en praelegaten te maken en te herroepen, executeurs, administrateurs en voogden aan te stellen en te bedanken, als sij zoo te samen als ieder in t bijsonder te raden zullen of zal worden; willende en begeerende dat t zelve van die kragt en waarde sal worden gehouden, als of 't in dezen woordelijk stond geinsereert en uytgedrukt.

Naedat 't geene voorst staat, de testateuren van woorde tot woorde was voorgelezen, soo
verklaarden zij, dat t zelve was haar testament, uyterste of laatste wille, met begeerte, dat t zelve sal bestaan als testament, codicil, ofte soo t best nae regten sal kunnen en mogen bestaan, schoon alle solemniteyten in dezen gerequireert, niet volkomen mogte wezen
geobserveert.

Aldus gedaan ten bijsijn van Claas Duijts, en Jan Visser, beyde alhier, als getuygen.

[w.g.] Jan Ott
Maartje Clomp
Klaas Duijts
Jan Visser
quod testor Sijb: Pereboom nots:











Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen